![]() |
||
|
|
Er bestond bij het Nederlandse publiek een grote behoefte aan goede en goedkope boeken. De firma kocht grote onverkochte voorraden boeken van bekende schrijvers en bracht die onder de reguliere verkoopprijs in de handel. Precies zoals nu nog de Slegte doet. Deze strategie betekende in die tijd een ware revolutie. Waren vóór die tijd goede boeken voor het grote publiek onbetaalbaar, nu konden grote groepen mensen boeken kopen en werden tot lezen aangezet. De firma liet geregeld van zich spreken in krantenadvertenties met de toen bekende kop: "De Zolders Kraken". Soms werden de boeken plano (niet ingebonden) ingekocht en werden door de firma van een band voorzien. Zo kon het voorkomen dat op de band Gebr. E. & M. Cohen werd vermeld terwijl op het titelblad de naam van een andere uitgeverij stond. Enkele bekende uitgaven waren: Tijl Uilenspiegel, Sproken en Vertellingen van Hans Christiaan Andersen, de woordenboeken van Calisch, alle werken van Charles Dickens, Gedichtjes van J.J. Cremer, Momus op bruiloften en partijen door Johan van Ansloo, Biologische Meesterwerken van Charles Darwin (waarvan nog een prospectus bewaard is gebleven), de werken van Felix Dahn, de Negerhut van Harriet Beecher Stowe, De Kleine Lord van Frances Hodgson Burnett, de werken van Emile Zola en vele anderen, teveel om hier allemaal op te noemen. In 1896 bedroeg het aantal titels uitgegeven door de firma 2717. Er is nog een enkele catalogus bewaard gebleven zodat we een indruk kunnen krijgen van de diversiteit van het fonds. In 1886 werden
de Arnhemse activiteiten geconcentreerd op het, in 1885 aangekochte,
pand aan de Nieuwe Kraan 1. Vanaf 1887 heeft de firma nog korte tijd de beschikking gehad over een eigen drukkerij die in dat jaar op een veiling was gekocht van de "Arnhemsche Drukkers- en Uitgevers Maatschappij". In enkele vroege uitgaven kom je nog de mededeling tegen: "Snelpersdruk van Gebr. E. & M. Cohen, Arnhem". De drukkerij werd echter in 1888 alweer verkocht, samen met de boekhandel, en legde de firma zich uitsluitend toe op het uitgeven van boeken, waarmee zij tot één van de grootste uitgeverijen van Nederland behoorde. Eén van de bekendste uitgaven van de firma waren de complete werken van Charles Dickens. In 1884 werden de rechten hiervan gekocht van H.A.M. Roelants te Schiedam voor, het toenmalig astronomische bedrag van, f 30.000,-. De uitgave was de Nederlandse vertaling van de Engelse Household Edition of the works of Charles Dickens, in serie uitgegeven tussen 1871 en 1879 in Engeland. De boeken waren geïllustreerd door de tekenaars van het destijds bekende grafische bedrijf van de gebroeders Dalziel. De werken werden onder meer uitgebracht in serie. Dit hield in dat men eens per vastgestelde periode een aantal bladen kon kopen. Na verloop van tijd, als men alle losse afleveringen had gekocht, kon er een losse band worden bijgekocht, zodat men uiteindelijk een compleet boek in handen had. Op deze manier kon ook het minder koopkrachtige deel van het publiek grote werken aanschaffen. De werken van Dickens waren, en zijn, zeer populair en werden vele malen in steeds weer andere gedaante herdrukt. Een ander werk dat in serie werd uitgegeven was het zeven-delige Arabische Vertellingen der Duizend en één Nacht vertaald door Gerard Keller. De boeken waren zeer uitvoerig geïllustreerd, met meer dan 3000 illustraties, door onder andere Gustave Doré. Zeer curieus is de Engelstalige uitgave van Hilda Swarth's werk Ouida Album in 1887. Het is, voor zover mij bekend, de enige Engelstalige uitgave die de uitgeverij op de markt heeft gebracht. Voorts heeft de firma mappen uitgegeven met 50 etsen en gravures naar bekende schilders, een map met 50 bouwkundige ontwerpen van huizen, een map met foto's en een plattegrond van Nijmegen, een cassette in boekvorm met 120 gravures van leden van het Koninklijk Huis getiteld Oranje Nassau Galerij en bladmuziek. De achtergrond op de pagina met afbeeldingen is daar een voorbeeld van. Ook technische boeken werden uitgegeven, zoals het zeldzame boek met de zeer lange titel: Handboek voor de toepassing en het gebruik van Water-, Gas-, Benzine-, Petroleum-, Stoom- en Electro- Motoren voor de kleine industrie en voor automobielen, geschreven door H. Kepper en uitgegeven rond 1900. Amsterdam was en is het centrum van de Nederlandse boekhandel. Om die reden besloten Ezechiël Godert II en Martin Godert begin 1900 om hun bedrijf naar Amsterdam te verplaatsen. In 1905 begonnen ze de enorme voorraden boeken, die lagen opgeslagen in de magazijnen in Arnhem en Nijmegen, over te brengen naar Amsterdam. In 1906 vestigden de Gebroeders hun uitgeverij aan de Keizersgracht 333 en een jaar later aan de Herengracht 326, alwaar zij tot 1941 zouden blijven. De verhuizing naar Amsterdam had de zwakke gezondheid van Martin geen goed gedaan. Kort na de verhuizing, in 1906, overleed hij. Slechts drie jaar later, in 1909, overleed ook zijn broer Ezechiël Godert II. Het Algemeen Handelsblad schreef over zijn dood: "De oude heer Cohen is overleden. En met zijn heengaan wordt een hoofdstuk afgesloten van de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel". Gebr. E. & M. Cohen werd in 1909 voortgezet door de twee jongste zoons van Ezechiël, Jacques Ezechiël en Martin Ezechiël. Na een aanvankelijk moeilijk start, met financiële verplichtingen jegens de andere erfgenamen, gingen de zaken steeds beter. Er werden nieuwe markten aangeboord in België, Frankrijk en Nederlands Indië die zeer winstgevend bleken te zijn. Tot in 1929 de economische crisis uitbrak en de inkomsten drastisch terugliepen. De verkoop richtte zich op oude bestsellers en auteurs, zoals Dickens, Marlitt, Felix Dahn en Frances Hodgson Burnett met De Kleine Lord. Vooral dit laatste boek was zeer populair en er zijn dan ook vele herdrukken van verschenen in steeds wisselende geïllustreerde banden. Een andere
bekende reeks was de Cohen-Editie. Klein formaat goedkope boekjes
die gretig aftrek vonden. Het formaat van de boekjes was 17 bij 11
cm. en de reeks telde ca. 45 nummers, waaronder
Charles Dickens
Londen en Parijs, Felix Dahn
Een Strijd om
Rome, Edward Bellamy
In het jaar 2000, Edward Stilgebauer
Het Liefdenest, Jack London
De God
zijner Vaderen, Robert
Hamerling
Aspasia,
Emile Zola
Madeleine Férat en vele anderen. In 1922 kwam er een samenwerking tot stand tussen de Gebroeders en de Belgische uitgeverij Sobeli en de Franse uitgeverij Hachette. Dit resulteerde in een Franstalige wekelijkse uitgave van drie striptijdschriften, te weten Buffalo Bill, Nick Carter, le grand détective Americain en het bekendere Nat Pinkerton, le plus illustre detective de nos jours. In het Nederlands verscheen ook Nat Pinkerton, "de grootste detective der wereld". De blaadjes kostten toen 10 cent. Het is wat men tegenwoordig pulp lectuur zou noemen. Waarschijnlijk vonden de Gebroeders dat ook. De naam Gebr. E. & M. Cohen prijkt namelijk niet op het omslag en ook niet binnenin. Op het titelblad wordt slechts melding gemaakt van Detective-Uitgaven, Heerengracht 326, Amsterdam. Op de Franstalige uitgave van Nick Carter staat overigens wel onderaan op de omslag vermeld: Editeurs E. et M. Cohen Frères, Amsterdam Hollande. Op de uitgave van Buffalo Bill staat vermeld: Editeurs E. & M. Cohen Frères, Amsterdam, Heerengracht 326. De boekjes waren zeer populair en er zijn van de Nat Pinkerton reeks zo'n tweehonderd afleveringen verschenen. Van de Franstalige Buffalo Bill reeks (en waarschijnlijk ook de Nick Carter reeks) zijn alleen de eerste 70 nummers door Cohen uitgegeven. Vanaf nummer 71 zijn de boekjes in Frankrijk uitgegeven door Hachette en in België door Bibliothèques des Gares. Een originele poging tot omzetvergroting werd gedaan in 1939 bij de vertoning van de film De Kleine Prinses, naar het boek van Frances Hodgson Burnett, in het Amsterdamse Tuschinsky theater met Shirley Temple in de hoofdrol. In de hal van de bioscoop richtte de firma een stand in waar het boek in diverse uitvoeringen te koop werd aangeboden. In 1940 was het voor de Joodse firma niet langer mogelijk het bedrijf voort te zetten. Vele rechten op werken werden verkocht. Eén van de laatste werken die werden uitgegeven (of misschien wel het laatste werk) was Gelijkheid voor allen, van Edward Bellamy, dat werd uitgegeven in het oorlogsjaar 1940. De symboliek hiervan kan welhaast niemand ontgaan. Op 22 Januari 1941 diende Jaques Ezechiël Cohen bij de Amsterdamse Kamer van Koophandel een opgaaf tot liquidatie van de uitgeverij in. Omdat dat toen nog niet verplicht was konden de Gebroeders de liquidatie nog enigszins zelf sturen. In Maart 1941 werden Joodse bedrijven door de Duitse maatregelen verplicht tot liquidatie gedwongen tenzij er een arische bewindvoerder (verwalter) was aangesteld. In het souterrain van het pand aan de Herengracht was sinds kort een bedrijf in kunsthars gevestigd. De Gebroeders hebben de eigenaar van deze onderneming gevraagd om als niet-Joodse dekmantel voor de uitgeverij te fungeren. Door al deze verschrikkelijke gebeurtenissen werd Jacques Ezechiël ernstig ziek en overleed ten gevolge van een hartaanval op 30 Juli 1942 in zijn woning in Amsterdam. De overgebleven broer Martin Ezechiël kreeg een oproep om zich te melden voor Duitsland. Hij dook onder in de Valeriusstraat 47 maar hij werd verraden, opgepakt en weggevoerd. In September 1944 is hij in Auschwitz vermoord. Tijdens zijn
onderduikperiode heeft Martin een korte geschiedenis van de
uitgeverij opgeschreven en plannen gemaakt over hoe de uitgeverij na
de oorlog opnieuw leven in te blazen. Hij dacht na over nieuwe
ontwikkelingen, over nieuwe uitgaven waarvan hij dacht dat er na de
oorlog veel vraag naar zou zijn, zoals
De Wapens Neergelegd
door Bertha von Suttner. Of de uitgave van gravures van verloren
gegane stadsdelen en prenten van schilderijen van beroemde
schilders, waaronder Rembrandt, Vermeer, Israëls, Breitner, Mauve
enz.
FKlik op de plaatjes voor vergroting.
|
|
|
Copyright © 2006 H. Cohen |
||